Acceptatiespeech Nobelprijs van de vrede

Voor het geval ik zou worden gevraagd de EU te vertegenwoordigen bij de acceptatie van de Nobelprijs van de vrede, heb ik alvast mijn acceptatie speech geschreven. Een goede voorbereiding is immers het halve werk.

Ik sta overigens open voor aanvullingen, suggesties of correcties. Schrijf daarvoor onderaan een reactie.

——————————————————————————————————————–

Uwe Majesteiten, Uwe koninklijke hoogheid, excellenties, vooraanstaande leden van het Nobelcomité, mijn mede inwoners van Europa en van de wereld,

 

Uit naam van de ruim 500 miljoen inwoners van de landen die deel uitmaken van de Europese Unie, accepteer ik de Nobelprijs voor de vrede 2012. Ik doe dat met trots maar wel in het besef dat op dit moment in de Europese Unie meer dan 25 miljoen inwoners werkeloos zijn en 120 miljoen mensen in armoede leven. En in het besef dat hun aantal nog elke dag groeit.

De afgelopen weken demonstreerden honderdduizenden van hen, met name in Zuid Europa, voor waardigheid en respect, voor verzoening en Europese solidariteit. Maar hun gerechtvaardigde oproep werd bruut beantwoord met traangas en charges van de oproerpolitie. Ik sta hier ook voor hen, al biedt de EU hen geen vrede en geen verzoening, toont hen gebrek aan democratie en aan mensenrechten. Voor hen betekent de EU honger, kou, ziekte en uitsluiting.

Daarom moet ik u vragen waarom u deze prijs toebedeelt aan de EU. De EU die een groot deel van zijn inwoners heden ten dage dwingt tot een bittere strijd om hun bestaansrecht en bestaansmiddelen. De EU die al deze inwoners geen vrede en verzoening heeft gebracht, hetgeen toch de essentie van de Nobelprijs van de vrede is.

Maar uit uw motivatie begrijp ik dat deze respectabele prijs ons is gegeven voor de wijze waarop we, daartoe aangezet door de Koude Oorlog, tot samenwerking zijn gedreven. Hoe we die lange periode van een gespannen en geforceerde vrede hebben benut om vijanden van weleer tot economische samenwerking te bewegen. In die betekenis is het inderdaad een hoopvolle ontwikkeling gebleken dat we een alternatief hebben ontwikkeld voor het beslechten van onderlinge meningsverschillen en conflicten. Al durf ik niet, zoals u, te beweren dat we daarin een bepalende rol hebben gespeeld. Maar het is een feit dat we de afgelopen 60 jaar tussen de aangesloten EU-landen geen gewapende oorlog meer hebben gekend.

Toch kost het me moeite om het ontbreken van gewapende oorlogen uitsluitend binnen de grenzen van de EU te prijzen. Misschien reken ik het me in de ogen van uw Nobelcomité te zwaar aan, maar de EU heeft in de afgelopen decennia gewelddadige oorlogshandelingen buiten zijn grenzen niet bepaald voorkomen. Onze politieke en economische elite heeft er anderen zelfs toe aangezet en er aan meegewerkt. Tot aan onze grenzen woedde vreselijke oorlogen. Zelfs Europa was de afgelopen decennia ondanks de EU niet uitsluitend een ‘continent van vrede’. Inwoners en bedrijven uit de EU hebben onder ons toezicht en met onze goedkeuring de vreselijkste wapens geleverd aan immorele leiders en regimes. Terwijl wij onze door u gelauwerde vrede koesterden, stuurden we onze legers naar conflicten buiten onze grenzen, exploiteerden wij het militaire geweld en verdienden fors aan het wapengeweld in andere delen van de wereld. Het is in mijn ogen een duistere kant van deze medaille, die we niet mogen, niet kunnen wegpoetsen.

Maar ook de door u geroemde langdurige Europese vrede is niet helemaal wat het lijkt. Weliswaar wordt de oorlog tussen onze landen niet meer gevoerd met conventionele wapens, maar daarvoor in de plaats zijn nieuwe dwingende middelen gekomen. Onze Europese Commissie benut inmiddels de opgebouwde onderlinge economische afhankelijkheid om, dreigend met forse financiële consequenties, nationale regeringen onder druk te zetten. Waar nodig heeft deze commissie regeringen aan de macht weten te brengen geleid door technocraten. Zij hebben in opdracht van de Europese Commissie doeltreffend de druk bij de eigen bevolking opgevoerd en draaien inmiddels, stap voor stap, de eerder via democratische weg verworven sociale voorzieningen terug. In deze strijd worden ook inwoners onder druk gezet om, ter bescherming van hun persoonlijke privileges, mee te werken aan het op straat zetten en uitsluiten van hun minder fortuinlijke landgenoten. “Geen voedsel, geen vrede” luidt het protest in Spanje. “Wij strijden voor ons leven” schreeuwen de Grieken. Ik zeg u: Als dit onze vrede is verdient zij geen prijs.

Maar toch, ondanks deze bedenkingen, aanvaard ik vandaag deze prijs van vrede omdat ik geloof in de toekomst van Europa en al zijn inwoners. Ik weiger te accepteren dat we alleen verder kunnen op een reeds ingeslagen weg. Ik weiger te geloven dat we overgeleverd zijn aan de grillen van een ondefinieerbare ‘financiële markt’, dat cijfers belangrijker zijn dan mensen en dat onderdrukking, oorlog en geweld onvermijdelijk zijn. Ik weiger te accepteren dat landen hun eigen materiële belangen boven het belang van mensen stellen, dat verschillen tussen mensen moeten leiden tot een ongelijke verdeling van onze welvaart. En ik weiger te accepteren dat we als Europeanen nimmer samen zouden kunnen leven in vrede en verdraagzaamheid.

Maar ik weiger ook de cynische zienswijze te accepteren dat we eerst door een dieper dal moeten. Dat mensen eerst hun bestaansrecht en zelfrespect moeten verliezen om een nieuwe menswaardige samenleving op te bouwen. Maar evengoed weiger ik te accepteren dat uiteindelijk een gewelddadige revolutie noodzakelijk is om dat recht in Europa te herstellen.

Ik geloof dat het mogelijk moet zijn om iedereen die honger heeft te voeden en iedereen die ziek is te verzorgen. Ik geloof dat we iedereen onderdak en onderwijs kunnen geven, eigenwaarde en perspectief. Ik geloof dat het regime van mensen die eerst voor zichzelf zorgen voordat zij voor anderen kunnen opkomen ten einde is. Het is de tijd van mensen die eerst en onvoorwaardelijk voor anderen, voor de samenleving opkomen, voordat zij aan zichzelf denken. Ik geloof dat wat met egoïsme en concurrentiestrijd is verdreven weer met solidariteit en samenwerking kan worden opgebouwd.

Vandaag kom ik naar Oslo als een afgevaardigde van mensen, inwoners van de EU, geïnspireerd en met vertrouwen in de mensheid. Ik accepteer deze prijs uit naam van iedereen die een eerlijke verdeling van onze welvaart voorstaat en een sociale integratie van alle mensen. Ik weet dat deze prijs een eerbetoon is aan de EU als hoopvol verbond van Europese landen. Het lijkt misschien dat daarmee een onpersoonlijke bureaucratische organisatie een prijs heeft gekregen. Maar bedenk dat alleen al het feit dat ik, een toevallige euro-kritische burger, hier sta om deze prijs in ontvangst te nemen en u allen hier toe te spreken, betekent dat er hoop is voor alle mensen in Europa en de wereld.

Als machtige instanties en organisaties, juist op dit moment, juist op dit podium, niet zelf of hun machtige vertegenwoordigers een stem geven. Maar die stem durven te geven aan iemand die het onrecht en de nood van de bevolking verwoord. Dan is de volgende stap gezet naar het einde van onrecht en het begin van verzoening en vrede.