Begrotingsevenwicht

Ik hoor het te pas en te onpas opduiken in de debatten: begrotingsevenwicht. Sommige partijen hebben het zelfs over een “structureel begrotingsevenwicht”. Maar ook is er de eenvoudige uitleg: we kunnen niet langer meer blijven uitgeven dan we binnenkrijgen. Soms wordt er een vergelijking gemaakt met het “huishoudboekje” om dat idee nog eens kracht bij te zetten. Het klinkt zo als een vanzelfsprekendheid, maar misschien toch eens goed om te kijken wat er met een begrotingsevenwicht nu precies bedoeld wordt. 

Zoals de berekeningen nu uitwijzen zal er bij voortzetting van het huidige beleid (inclusief uitwerking Kunduz-akkoord) in 2017 een tekort zijn van ongeveer 18 miljard euro. Als partijen nu roepen dat zij in 2017 (of eerder) op 0 uit willen komen moeten zij echter veel meer bezuinigen. Bezuinigingen zullen immers de economische groei sterk afremmen. Dit negatieve effect betekent dat om werkelijk op 0 uit te komen er 25 tot misschien wel 28 miljard bezuinigd moet worden. Het lijkt onwaarschijnlijk dat dit in enig partijprogramma zo ver wordt doorgevoerd. Maar een bezuiniging van 18 miljard betekent dus niet dat uitgaven en inkomsten in 2017 gelijk zijn.

Ter nuancering wordt ook (o.a. Samson) gesproken van een “structureel begrotingsevenwicht”. Hierbij mag het tekort meedeinen op de golven van de conjunctuur en is dus in slechte tijden een tekort gewoon mogelijk. Het is een beetje welke marge je daarbij hanteert, maar het zou kunnen betekenen dat je voornemens bent 16 miljard euro te bezuinigen. Het betekent in ieder geval niet dat uitgaven en inkomsten altijd gelijk zullen zijn.

Ook kan men bedoelen dat we aan de eisen van de EU moeten voldoen. Die vereist echter geen totale dekking van de uitgaven met de inkomsten. Om aan de EU-eisen te voldoen volstaat zo’n 13 miljard euro aan bezuinigingen.

De conclusie mag zijn dat – in tegenstelling tot wat veel partijen ons willen doen geloven – het onwaarschijnlijk is dat een van hen het waar maakt om de inkomsten en uitgaven werkelijk zo met elkaar in balans te brengen dat we in 2017 evenveel uitgeven als we ontvangen. De gevolgen voor onze samenleving zijn daarvoor te groot en dus onverkoopbaar. Er zal dan dus wel wat geschoven en gedraaid gaan worden. Men zal dan plotseling ontkennen dat men uit was op de 0 lijn.

Vanavond hoorde ik ook van Harsma Buma zeggen: “Je kunt geen geld uitgeven wat er niet is”. Dat impliceert een echte 0 lijn (in 2017?). Het klinkt wel goed: eerst sparen, dan uitgeven. Maar als dat werkelijk het principe is dan zouden particulieren en bedrijven alleen mogen investeren nadat zij het geld verdiend of gespaard hebben. Een gezin kan dan enkel een huis kopen indien ze daarvoor niet hoeven te lenen. Van Haersma Buma bleek echter ook een warm voorstander van het goeddeels handhaven van de hypotheekrenteaftrek. Voor de aanschaf van een huis wordt – gestimuleerd door de overheid – gewoon een hypotheek afgesloten. Geld dat er nog niet is maar wel vast wordt uitgegeven omdat verondersteld wordt dat het huis ook in de toekomst (meer)waarde heeft.

Precies dezelfde redenering gaat ook op voor het begrotingsbeleid. Het gaat immers om wat de verwachting is voor de toekomst. De investeringen van nu kunnen leiden tot economische groei in de toekomst. In zekere zin is het dus wel degelijk mogelijk – en zelfs gebruikelijk – om geld uit te geven wat er nog niet is. Daarbij moet er natuurlijk wel gezorgd worden dat het geld er uiteindelijk wel een keer komt. De investeringen moeten daarvoor de economie direct ten goede komen.

Maandag wordt er veel duidelijk als de doorrekeningen van de diverse programma’s openbaar worden. Eens kijken wat er dan van het beloofde begrotingsevenwicht overblijft.

De SP streeft op termijn naar een begrotingsevenwicht maar doet geen uitspraken over het jaar waarin dat bereikt moet worden. Dat is in ieder geval geen valse belofte.

Over my dead body

Een uitspraak van Emile Roemer in het Financieel Dagblad. Politiek Den Haag verdringt zich om er iets over te roepen. Waarom al dat rumoer? Wat zegt Roemer dat het deze (geveinsde) verontwaardiging op kan roepen?

Mijn analyse:

Om te beginnen bij het begin. Wat zegt Emile Roemer eigenlijk in het Financieel dagblad?

“Ik ben politicus, ik moet naar de hele samenleving kijken. Er is een vertrouwenscrisis, bij consumenten en producenten. Het is idioterie om niet naar de omstandigheden te kijken, maar alleen naar maximaal 3% tekort in 2013. De overheid moet de zaak weer aan het draaien krijgen. Dan moet ik een belachelijke boete gaan betalen als het tekort groter is dan 3%? Over my dead body!” 

Als ik het herlees. Zin voor zin. Staat daar een redelijk algemeen geaccepteerde waarheid. Een politicus wordt inderdaad geacht naar de hele samenleving kijken. Er is sprake van een vertrouwenscrisis. En iedereen snapt dat de situatie in Nederland belangrijker is om als uitgangspunt te nemen voor ons politieke handelen dan uitsluitend een onder geheel andere omstandigheden vastgestelde Europese norm van 3%.

De SP heeft in zijn programma al aangegeven niet voornemens te zijn zich het komend jaar al aan die Europese norm te gaan houden. De omstandigheden met een toenemende werkeloosheid, een stijging van het aantal faillissementen en een broze economie vragen op dit moment juist om investeringen. De SP weet zich met deze aanpak gesteund door de Oeso, het IMF en meerdere vooraanstaande economen. Het mag dan ook geen enkele politicus verbazen dat de SP de mogelijke Europese boete belachelijk noemt en niet voornemens is deze te accepteren.

Maar waarom dan toch al die verontwaardiging?

Het moet te maken hebben met het virtuele premierschap. Blijkbaar zien de andere partijen Emile Roemer nu ook als de toekomstige premier van Nederland. Maar de politici zijn nog duidelijk niet gewend aan een premier die zich duidelijk en uitgesproken uitlaat over Europa. Een beetje Europa-kritiek is misschien nog wel te accepteren, maar het is wel de bedoeling straks – als premier – bij te draaien.

Zo bezien lijkt Roemer op voorhand een belangrijk signaal naar Europa te hebben gestuurd. Het terugdringen van de macht van Brusselse technocraten en de invloed van de financiële sector op het Europese beleid is niet bedoeld als campagne retoriek. De SP-leider wenst er serieus werk van te maken de democratische controle in Europa te herstellen. De bevolking moet meer grip krijgen op de richting en de snelheid van het Europese integratie proces. Om dat voor elkaar te krijgen biedt een krachtige duidelijke stellingname meer kans op succes dan op voorhand te stellen dat de soep toch niet zo heet geheten zal worden als hij wordt opgediend. Roemer laat weten ver te willen gaan. Desnoods gebruikt hij zijn vetorecht om de invloed van de bevolking op Europa te vergroten.

Het is misschien schrikken voor diegene die de Europese bureaucratie liever pappen en nathouden. Maar we hebben inmiddels gemerkt wat dat oplevert: meer van hetzelfde. Als we het anders willen zullen we ook een andere koers in Europa moeten uitzetten. We kunnen in Europa misschien vriendschap kopen door met iedereen mee te lopen, maar we willen liever een vriendschap die bestaat uit wederzijds respect voor wie we zijn en waar we voor staan. Daarbij past eerlijkheid en duidelijkheid.

Emile Roemer heeft nu ook zijn visitekaartje in Europa afgegeven.

Genoeg blauw op straat?

Gisteren, 19 juli, schreef de minister Opstelten van Veiligheid en Justitie een brief aan de Tweede Kamer. Het ging over de sterkte van de politie op 31 december 2011. De minister verwijst naar het jaarverslag Nederlandse Politie 2011. Daarin staat een stijging van de operationele sterkte met 842 voltijds functies tot in totaal 50.587. Daarnaast  is er een afname van de niet operationele sterkte met 334 tot 12.649 functies. De totale sterkte groeide dus met 508 voltijds functies.

De cijfers doen vermoeden dat het wel goed zit met “ blauw op straat” . De sterkte op 31 december 2011 was immers ruim 1000 functies hoger dan de afgesproken minimale operationele sterkte van 49.500. Maar in de praktijk pakken de sterktecijfers anders uit.

Vervroegde oproep aspiranten 2012

Allereerst haalde minister Opstelten eind 2011 een kunstgreep uit. Hij riep in de laatse week van 2011 zo’n 600 aspiranten vervoegd op (zie ook: Miljoenen tekort bij politieacademie).  Eigenlijk zouden ze pas eind januari 2012 hun opleiding starten, maar door ze in de laatse week al op te roepen tellen ze voor 100% mee in de operationele sterkte van 2011. Maar deze 600 functies waren eind 2011 natuurlijk niet echt inzetbaar.

Beperkte inzetbaarheid aspiranten.

Hoewel in de volksmond operationele sterkte vertaald wordt naar “ blauw op straat”, is dat in werkelijkheid niet het geval. De minister vermeldt dat zelf ook. Hoewel aspiranten voor 100% meetellen in de operationele sterkte, zijn ze in werkelijkheid voor slechts 40% ook echt inzetbaar. Van de ruim 5200 functies die worden ingevuld door aspiranten zijn er dus maar 2200 werkelijk “zichtbaar” op straat.

Ziekteverzuim 6,2 %

De politiekorpsen en de KLPD kennen een gezamenlijk ziekteverzuim van 6,2 %. In de totale omvang zou dat betekenen dat er dagelijks nog eens zo’ n 3000 functies van de operationele sterkte niet werkelijk inzetbaar zijn.

De kloof tussen theorie en praktijk.

Op de totale operationele sterkte op 31 december 2011 was daarmee slechts theoretisch 50.587 voltijds functies. Als het gaat om wat daarvan ook werkelijk op die peildatum inzetbaar was en dus bij kan dragen aan de “zichtbaarheid ” op straat, dan moeten we daar in ieder geval 6600 functies afhalen. De resterende 43.987 functies zijn vervolgens natuurlijk ook weer niet 100% inzetbaar op straat.

Het zou beter zijn ons niet rijk te rekenen met mooie cijfers. maar de praktijk als uitgangspunt te nemen. Daar wordt de beperkte capaciteit nog steeds gevoeld.

Tijd voor keuzes: of meer capaciteit of minder taken, minder gedoe en dus meer in de samenleving. Het wordt uiteindelijk een kwestie van nieuw vertrouwen.

Miljoenen tekort bij politieacademie

Er dreigt een tekort van vele miljoenen bij de politieacademie. Dinsdag 10 juli sprak het programma Nieuwsuur hierover met onder andere Ad van Baal, de voorzitter van het College van bestuur van de Politieacademie.

De politieacademie …

Ik was een week geleden bij de Politieacademie. Het ging toen niet over een miljoenen tekort maar over onveiligheid en onzekerheid onder de medewerkers. Binnen de Politieacademie is er onvoldoende sprake van een veilige werkomgeving en medewerkers ervaren “te weinig echte steun door en empathie van leidinggevenden” (Jaarbericht Politieacademie 2011).

… is speelbal van de politiek.

En naast die gemankeerde verhoudingen vraagt het heel veel van het personeel om voortdurend speelbal te zijn van Haagse politiek. De ene onderwijsvernieuwing is nog niet doorgevoerd of de volgende dient zich aan. Al met al gaat er veel energie en frustratie zitten in het voortdurend reorganiseren in plaats van waar het allemaal om zou moeten gaan: doceren en leren!

Politieke kunstgreep …

Een van de laatste desastreuze politieke kunstgrepen was het besluit van minister Opstelten om op de valreep van 2011 nog even 500 aspiranten te laten starten met hun opleiding. De medewerkers zagen direct dat zo’n plotselinge inhaalslag de capaciteit van de Politieacademie ver te boven gaat. Maar er was een politiek belang. De minister moest voldoen aan een afspraak uit 2009 over de minimale instroom van aspiranten. Toen tegen het eind van het jaar duidelijk werd dat deze afspraak gevaar liep, greep de minister in.

… belangrijkste reden van tekort.

Nu blijkt deze opdracht van minister Opstelten de belangrijkste reden van het oplopende tekort. Om deze onvoorziene instroom te kunnen opvangen moest de Politieacademie extra accommodaties inhuren en personeel extra inzetten. Volgens de fact-sheet die de Politieacademie 10 juli opstelde koste het de Politieacademie rond de 4,5 miljoen euro. Die waren niet begroot.

Tezamen met weggevallen baten (o.a. de voorziene opleiding voor het nieuwe dienstpistool die door het ministerie uitgesteld is) en niet gerealiseerde besparingen, komt het totale tekort over 2012 op 8,4 miljoen.

Kan dat met ombuigingen …

Per direct start de Politieacademie met ombuigingsmaatregelen. Een (selectieve) vacaturestop, reductie van externe inhuur van personeel, geen uitbetaling meer van meer- en overuren, geen externe inhuur huisvesting, geen onderzoeken door externe bureau’s, verdere reductie op investeringen en reductie van het intern innovatiebudget.

… die niet ten koste gaan van het Politieonderwijs?

De politieacademie zegt dat deze ombuigingen “niet ten koste van het Politieonderwijs” gaan.

Met een beetje boerenverstand vraag je je af hoe dat kan. Als al die maatregelen (bij elkaar moet er 10 miljoen euro bespaard worden) niet ten koste gaan van het Politieonderwijs, waarom bestonden ze dan? Bij een onderwijsinstelling als de Politieacademie staat toch alles ten dienste van het Politieonderwijs? Als dit zonder problemen kan, dan heeft minister Opstelten gelijk.

Waar zit dan de pijn?

Bekijk de maatregelen nog maar eens. Deze maatregelen doen vooral een groter beroep op de flexibiliteit, creativiteit en loyaliteit van het personeel. Nu al vinden er bij gebrek aan een geschikte lesruimte lessen noodgedwongen plaats in een kantine of buiten (weer of geen weer). En zou het zo zijn dat de medewerkers die nu hun extra inspanningen beloond zien dat ook blijven doen als die extra uren niet meer worden uitbetaald?

De grenzen van flexibiliteit …

De politiek is grillig en vraagt voortdurend het uiterste van de flexibiliteit van de Politieacademie. Het antwoord van de Politieacademie op de ontstane tekorten is dat ze die flexibiliteit niet langer faciliteren. Dus als de politieke hectiek blijft, moet de flexibiliteit van de medewerkers zelf komen. Maar ook dat heeft zijn grenzen.

… en loyaliteit.

Het is nauwelijks voor te stellen dat aspiranten er niets van zullen merken. Maar de cijfers zullen uiteindelijk wel uitwijzen dat het allemaal niet ten koste is gegaan van het Politieonderwijs. Met dank dus aan de loyaliteit van het personeel en het geduld en de flexibiliteit van de aspiranten.

File feiten

 

Vraagt u het zich ook wel eens af?

Waarom lukt het ons niet om de files in Nederland te bestrijden?

En waarom nemen ondanks die files al die mensen (en misschien doet u het zelf ook wel) toch elke dag weer de auto?

 

Het antwoord is niet zo heel moeilijk.

De auto is een geliefd vervoermiddel omdat het flexibel, comfortabel en doorgaans snel is. De mensen die het zich kunnen veroorloven geven dan ook de voorkeur aan de auto. Inmiddels rijden er in Nederland zo’n 8 miljoen personen auto’s. Maar al die auto’s vragen veel van ons wegennet. Wanneer auto-bezitters massaal de auto nemen komt de doorstroming in het gedrang. Er ontstaan files en zo verdwijnt het reistijd-voordeel van de auto.

 

Nederlanders reizen – al vele jaren – gemiddeld 1 uur per dag naar en van hun werk.

De gemiddelde reistijd voor het dagelijkse woon-werk verkeer is in Nederland al vele jaren ongeveer 1 uur (28 minuten enkele reis). Bedenk eens wat dat betekent: Ondanks de vele maatregelen om de doorstroming op onze wegen te bevorderen is de gemiddelde reistijd naar en van het werk niet afgenomen.

 

Nederlanders kiezen hun vervoer op basis van de verwachte reistijd…

Er is blijkbaar een soort evenwicht. Wanneer we de doorstroming op wegen weten te verbeteren, nemen vanzelf meer mensen de auto. Neemt als gevolg van filevorming de reistijd met de auto weer toe, dan kiezen mensen weer eerder voor andere vormen van (openbaar) vervoer.

 

… en niet op basis van de kosten.

Het verhogen van de kosten van het gebruik van de auto, bijvoorbeeld door hogere accijns, heeft geen duidelijke invloed op de keuze van vervoer. Met name voor woon-werk verkeer is de invloed beperkt en van korte duur. Er zijn wel aanwijzingen dat recreatief verkeer gevoelig is voor verhoging van de gebruikskosten.

 

Dus geen extra asfalt …

Voor de reistijd heeft het dus geen zin om meer wegen aan te leggen. Voor zover het de doorstroming verbetert zal het alleen maar meer mensen doen besluiten de auto te nemen. Er is bovendien een maximum aan onze uitbreidingsmogelijkheden. Nederland kent nu al een van de dichtst vertakte wegennetten ter wereld. Met ruim 7000 km snelweg heeft Nederland bovendien de grootste snelwegdichtheid van de Europese Unie! Nog meer asfalt zal de leefbaarheid van het al dichtbevolkte Nederland niet ten goed komen.

 

… maar het verbeteren van openbaar vervoer.

De enige mogelijkheid om files structureel te bestrijden is dus het verbeteren van het openbaar vervoer. Gezien het genoemde belang van de reistijd moet het openbaar vervoer daarvoor bereikbaar en betrouwbaar zijn. Bereikbaar door een fijnmazig netwerk en betrouwbaar door gegarandeerde frequenties en aansluitingen.

 

Zie de verkeers standpunten van de SP

Nationale Politie: oplossing wordt probleem.

Gisteren las ik de weblog van Marc Chavannes (nrc.nl). Hij stelde dat de ingrijpende stelselwijziging van de Nederlandse politie (evenals in de jeugdzorg) slechts zal leiden tot “kille gebouwen die tochten voordat het dak er op zit”. Structuurwijzigingen van bovenaf opgelegd zijn gedoemd te mislukken. Bovendien zijn uiteenlopende problemen niet met een enkele toverstructuur op te lossen.

Hij heeft gelijk. Uiteindelijk is niet de structuur bepalend, maar de cultuur. Binnen welke structuur ook. Steeds is van belang: Hoe gaan medewerkers met elkaar om? Is er ruimte voor kritiek? Mag je fouten maken om daar van te leren? Werk je in een team? Ken je elkaar en kun je elkaar vertrouwen? Wordt gestimuleerd om je gezamenlijke prestaties te verbeteren? En misschien wel de belangrijkste in politieland: Wordt er belang gehecht aan je kennis en ervaring? De hiërarchische politieorganisatie heeft nu nog het adagium “Wie de baas is mag het zeggen”. Maar een moderne politieorganisatie zou zich moeten laten leiden door informatie, deskundigheid, vakmanschap, maatschappelijk en sociaal bewustzijn en ervaring. Daar geldt meer: “wie het weet mag het zeggen”.

Met de Nationale Politie zet de minister dus de omgekeerde trend in. Het is immers de minister die eenvoudig zijn positie gebruikt om te zeggen hoe het moet. Bovendien legt hij daarbij de regie volledig centraal. Misschien dat daar voor ondersteunende diensten nog iets voor te zeggen is, maar voor het praktische politiewerk dient – gezien de beoogde cultuur – de regie juist zo lokaal mogelijk te liggen. Het belooft dan ook niet veel goeds en de terughoudendheid van de Eerste Kamer is hier op zijn plaats.

Goed om in dit verband nog eens te kijken naar de reden die de minister geeft om een Nationale Politie te vormen. In het programmaplan uit 2011 noemt hij als belangrijke drijfveren:

  1. behoud en vergroten van de legimiteit van de politie;
  2. vergoten van de politieprestaties
  3. vergroten van de professionele ruimte van de diender
  4. verhoging van de efficiency om besparingen te realiseren

Je hoeft geen specialist te zijn om te zien dat geen van deze doelen vraagt om een Nationale Politie. Voor veel dienders is het dan ook allang duidelijk dat het vooral om het laatste doel te doen is. En daarvan dan ook nog slechts de laatste vier woorden.

Zo wordt de Nationale Politie geen oplossing maar een nieuw probleem

Politie incidenten?

Ik zou het er misschien juist niet over moeten hebben. Die twee opgedoken filmpjes van agenten in Rotterdam die bij een aanhouding een trap of klap uitdelen. Als je het zo ziet, zonder ook maar iets te weten van de situatie ter plekke, zou je kunnen schrikken. Maar ook dan lijkt me alle ophef buitenproportioneel.

 

Zoals ik het nu zie vragen we in Nederland juist om repressief handelen. De politie dient niet af te wachten totdat het uit de hand loopt, maar te voorkomen dat het uit de hand loopt. Dat vraagt om inzicht in en inschatting van de situatie ter plekke. We vragen professionaliteit van agenten. Zij moeten weten welke situaties kunnen escaleren en hoe ze daar voortijdig op ingrijpen. Hun training is daar – op verzoek van de verantwoordelijke politici – juist op gericht.

 

Ik zou wensen dat in deze situatie de burgemeester en minister hun verantwoordelijkheid nemen en uitleggen waarom zij deze handelswijze van politieagenten noodzakelijk vinden. Zeer bewust is ingezet op een repressief beleid. Daarmee is politiewerk topsport zonder dat het een spelletje wordt. Als situaties uit de hand kunnen lopen dient de politie zo op te treden dat escalatie wordt voorkomen. Het is dus niet het handelen van de individuele agent, maar het beleid dat is ingezet.

 

Ondertussen zouden we er goed aan doen de betrokken agenten niet bij voorbaat te veroordelen, niet meteen de gemeenteraad bijeen te roepen of kamervragen te gaan stellen. Incidenten vragen alleen om een politiek antwoord als het zijn oorsprong vindt in een politieke keuze. Maar dan moet het niet gaan over de handelswijze van de betrokken agenten, maar over de keuze voor een repressief beleid.

 

Wanneer agenten worden weggestuurd met `voorkomen is beter dan genezen´ dan moeten ze ingrijpen in potentieel gevaarlijke situaties. Professioneel mag je het dan hebben hoe goed dat is ingeschat. Dat moet onderzocht worden en daar kunnen we vervolgens iets van vinden.

 

Maar waarom hoorde ik nu geen minister die achter zijn mensen gaat staan en stelt dat dit precies is wat hij van politiemedewerkers verwacht? En dat iedereen die dat nu anders ziet zich vooral bij hem kan melden.

 

Gelukkig hoorde ik mijn collega Jan Willem van de Pol woensdag 27 juni op radio 1 het onverkort opnemen voor de collega agenten. Hij weigert de verontwaardiging te accepteren en hier op voorhand te spreken van buitensporig geweld.

 

De minister zou er een voorbeeld aan kunnen nemen.

Nederland uit de recessie?

Deze week berichte het Centraal Bureau van de Statistiek (CBS) dat de recessie in Nederland voorbij is. Dat is even een heel ander geluid. Anderhalve maand geleden rekende het CBS nog voor dat de de recessie zou aanhouden. De economie zou in het eerste kwartaal van 2012 met 0,2 procent krimpen. Het Centraal Planbureau (CPB) bevestigde dat en noemde als oorzaak: de consumenten houden ‘vrij massaal’ de hand op de knip. Die opmerking moeten we even onthouden.

 

Maar nu is Nederland dus uit de recessie. Het eerste kwartaal van 2012 vertoonde geen 0,2 procent krimp, maar 0,3 procent groei. Interessant om te lezen hoe het kan dat het CBS er maar liefst 0,5 procent naast heeft gezeten? Want wat blijkt? Het CBS had tot nu toe nog niet alle overheidsinformatie. Pas nu blijkt dat de overheid in het eerste kwartaal meer geld heeft uitgegeven. Bovendien hebben de consumenten ook iets meer besteed dan het CBS had voorspeld. De extra uitgaven van de overheid en de consumenten veroorzaken dus samen de groei met 0,5%.

 

Wat leren we hiervan? Het vertelt ons welke maatregelen nodig zijn om de recessie te kunnen bestrijden. Zowel overheid als consumenten moeten daarvoor meer gaan uitgeven, Dat is nog eens wat anders dan bezuinigingen, btw-verhoging en lonen op de 0-lijn. Als we het CBS en CPB mogen geloven (en waarom zouden we dat niet doen) leiden de voorgestelde bezuinigingsmaatregelen regelrecht naar een nieuwe recessie. Beter is het om investeringen te doen. Meer overheidsuitgaven laten de economie groeien. Daarnaast moet het consumentenvertrouwen omhoog. Dan passen geen maatregelen die de btw verhogen en de koopkracht doen afnemen. Die zullen de consument immers afschrikken terwijl zij vertrouwen in de toekomst nodig hebben om hun bestedingen niet uit te stellen.

 

De SP wil het komend jaar afzien van een geforceerde bezuiniging om kost wat kost aan de Europese begrotingsnorm te voldoen. We zullen in 2013 juist in Nederland investeren om te zorgen dat de economie een flinke opleving doormaakt. Met nieuw vertrouwen kunnen we dan op termijn werken aan een begrotingsbalans.

 

Fijn te vernemen dat CBS en CPB de SP-plannen met ervaringscijfers ondersteunen.